0

De pruimendief

Geplaatst door Johan op 22 januari 2014 in dubbelzinnig, liedbladen, liedboeken, liederen, Over Leut & Plezier, Spot & Ironie |
Willi Ostermann (1876-1936)

Willi Ostermann (1876-1936)

Ook Tamboer had heel wat kluchtige liederen op zijn repertoire, en af en toe botsen we op de onvermijdelijke dubbele bodem. Zo ook in dit lied: als ze het refrein horen, beginnen de toehoorders te schuiven en te gniffelen, want ze zijn meteen zeer benieuwd naar de onthullingen die in de strofes zullen volgen. Dat valt een klein beetje tegen, Tamboer blijft in die strofen ogenschijnlijk  een onschuldig verhaaltje vertellen waarbij je je echt moet inspannen om er allusies op erotische taferelen in terug te vinden.

Volgens Tamboer-kenner Roger Hessel (1) echter zong Tamboer in het echt een “variante” op de door de censuur goedgekeurde tekst!  Zo zou hij in de derde strofe “Marie” iets anders in de mond hebben gelegd dan “Houdt goed uw pruimen vast”; dat werd “Hou goed mijn pruime vast.” En alsof het dan nog niet duidelijk genoeg was, in de vierde strofe zong hij “was ik Marie haar pruime kwijt”

Tamboer leende de muziek van “Heb medelij, Jet“, een lied van Kees Pruis die het min of meer had vertaald van een karnavalslied van de Keulenaar Willi Ostermann  “Rötsch mer Jet Angenies

REFREIN:
Doe het maar, doe het maar,
’t is hier stil, er is geen gevaar,
toon ne keer dat gij me geren ziet
anders dan trouw ik met u toch niet.
Doe het maar, doe het maar,
toe, Gustaaf, ‘k heb er goeste naar
‘k Was zo verlegen en ik riep subiet:
“Marie, dat durf ik niet!
‘k Was in de zomertijd als d’appels op de bomen staan
te samen met mijn zoete lief ne keer naar ’t veld gegaan.
En op den boomgaard van Stefaan
zag ik ne pruimelare staan
Het water liep uit onze mond
en ik keek seffens rond.
Mijn meisje riep: “Gustaaf,
toe trekt er maar wat af!”Om haar content te stellen kroop ik zachtjes op den boom,
g’en hebt nog nooit gezien die schone pruimen, ’t was een droom.
‘k Vulde mijn zakken, ’t was plezant
en ‘k nam de schoonste in mijn hand,
‘k was dik gegeten, ik zat paf,
ik kost er niet meer af.
Wat daar nu mee gedaan,
Marie riep met getraan:

’t Werd nu al donker en ’t was tijd om naar ons huis te gaan
‘k zat op dien boom te koekeloeren lijk nen jongen haan
Marie die sprak verbouwereerd:
“Toe, kom eraf, allee probeert,
spring in het zand, ’t ligt hier toch plat,
en valt gij op uw gat:
een beetje opgepast,
hou goed uw pruimen vast.

‘k Zal ’t lang onthouden van die keer want ’t was al middernacht
‘k was op dien boom in slaap gevallen en ‘k viel in de gracht
en in den donkeren, wat spijt,
was ik de schoonste pruimen kwijt
daarbij gebroken mijne voet,
mijn neusken vol met bloed.
Ik deed het niet voor mij,
’t was juist omdat zij zei:

Partituur * De pruimendief *
      1. Rötsj mer Jet Angenies (fragment)
      2. Heb meelij Jet - Kees Pruis 1929 (fragment)
      3. De pruimendief - Erik Wille (fragment)

(1) zie zijn boek “Liedjes die eigenlijk niet mogen”, 2009, uitg. Vriendenkring Kunst Houtland, Torhout, pag. 125

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com