1

De spiegelkas(t)

Geplaatst door Johan op 18 december 2013 in cahiers, dubbelzinnig, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

We vertelden al eerder dat Karel Waeri uit Gent niet erg hoog opliep met de praktijken en het personeel van de Katholieke Kerk. In dit satirische lied is dat niet anders, en deze keer doet hij dat op een bijzonder grappige manier. In de originele tekst van Waeri is er geen sprake van een refrein, ook niet in de versies die wij in liedjesschriften vonden, zoals dit van Jeanne De Greef:

Schermafbeelding 2013-11-09 om 14.35.02

Schermafbeelding 2013-11-09 om 14.35.38

Bij Waeri – vermoedelijk de oorspronkelijke auteur – zijn er een paar strofen meer die later zijn verloren gegaan, terwijl de laatste “moraal”-strofe (zie verder) bij hem ontbreekt. Het lied staat niet in zijn verzameling “Kluchtige liedjes”, na zijn overlijden uitgegeven door zijn zoon, omdat het als té ondeugend werd weggemoffeld. Later kwam er een aanvullende liedbundel met al die ondeugende en bijwijlen zelfs pornografische liederen van Waeri, gekend als “de vetjes” omdat Waeri ze blijkbaar in zijn liedjesschriften met een dikke pen had geschreven, zodat ze meteen herkenbaar waren als “aangebrand en/of anti-klerikaal”.
Schermafbeelding 2013-11-09 om 14.53.15
(strofe 6-7-8 )

– ’t Meubelstuk is schoon en prachtig,
En misschien een goed gerief ;
Sprak de kapelaan, en zeker
Niet goedkoop, dat ’s positief;
‘k Durve wedden dat ze ’t minstens
duizend franken heeft gekost,
Of ten waar dat g’er een zielken
voor uit d’helle had verlost.

Neen, – sprak nu den onderpaster, –
‘k Ga ’t u zeggen ‘lijk het is,
‘k Heb ze gist’ren per occasie,
Voor half geld en eene mis,
Vier of vijf of zes of zeven,
Van boer rijkaard afgekocht,
En zoo wierd dat prachtig meubel
Op mijn slaapkamer gebrocht.

Wel ! en z’is zoo goed of nieuwe,
‘k Zie er niets aan dat ontbreekt,
Maar, da ‘k u ne keer mocht vragen,
Wat dat g’in die kasse steekt?
Ba ! zei nu den onderpaster,
Trek maar open kapelaan,
’t Is mijn dagelijksch gebruik
Voor in mijn bedde mee te gaan.

Als zangwijze geeft Waeri zijn eigen lied “Toone de knecht” op, dat hij in 1877 schreef.

Antieke kleerkast met spiegel-deur

Antieke kleerkast met spiegel-deur

De spiegelkast

De pastoor van ons parochie heeft een spiegelkast gekocht
om zijn kleren in te hangen, werd ze rap naar huis gebrocht.
Onze trouwe goede herder was daar zo van aangedaan
dat hij’t seffens ging vertellen aan zijn vriend de kapelaan.


Refrein:
Tsjoelaliere, tsjoelaliere, tsjoelaliere, tsjoelala.
Tsjoelaliere, tsjoelaliere, tsjoelaliere, tsjoelala.

Ook gelijk elk andre paster had hij ene frisse meid
om zijn kandelaars te schuren voor zijn zielezaligheid
en’t kapelleke onderhouden met het heilig watervat
maar ze had een grote zwere vlak vanachter op haar gat.

Na’t vertrek van hare meester was zij gans alleen in huis
spoedig sloop zij dan naar boven ja zo stille als een muis
z’heeft haar kleren afgestoken tot haar hemd lag op de grond
om eens spoedig te gaan kijken hoe het met haar zwere stond.

Binst dat zij daar was aan’t kijken in de spiegel van de kast
om eens goed te visenteren hoe het met haar zwere was
plotsklaps hoorde zij twee mannen en daar op dezelfde stond
hoorde klappen op de trappen, ze stond in haar blote kont

Spoedig heeft zij iets gevonden om haar ’t helpen uit de nood
zij is in de kast gesprongen en daar stond z’als Eva bloot
en daar kwam de goede herder met zijn vriend de kapelaan
die daar toch zo wreed nieuwsgierig voor de spiegelkast bleef staan

Da’s een meubel schoon en prachtig maar wat ik nog gere wist
als ik dat van u mag weten: wat zit in die klerenkist?
Doe maar open sprak de herder tot zijn vriend de kapelaan,
’t is gekocht om te gebruiken elke nacht voor’t slapengaan

Krik krak krik krak deed het deurtje en och God wie stond er daar?
Hola lachte ’t kapelaantje, da’s een goed gerief voorwaar!
En in gramschap riep de herder: “Wel, Marjanne, wat is dat?”
Wel meneer ik kwam eens kijken naar de zwere op mijn gat!

De moraal van dees historie: paster koop nooit zo een kast
want uw meid die kleed zich uit op het moment dat u niet past.
En laat nooit geen vreemde kijken wat op uw slaapkamer staat
laat ze raden in hoeverre gij gelooft in’t celibaat.

Partituur * De spiegelkast *
      1. versie van Erik Wille (fragment)

1 reactie

  • Machiels Willy schreef:

    Mijn grootmoeder zong dit lied en er was wel degelijk een refrein bij:
    ’t ging van rikke tikke tik tak tiere,
    ik heb er alles afgespiedt,
    ’t ging van rikke tikke tik tak tiere,
    ze dacht der ziet mij niemand niet
    ’t ging van rikke tikke tik tak tiere,
    en hoe prachtig dat dat was,
    als de meid was komen kijken in de spiegel van de kas(t).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com