0

Hulde aan onze soldaten

Geplaatst door Johan op 6 november 2013 in liedbladen, liedboeken, liederen, Wereldoorlog |

Roger Hessel vond in een “naamloos schrift uit West-Vlaanderen” een huldelied terug, gericht aan de Belgische strijders ten tijde van WO I, bijna 100 jaar geleden. In het lied wordt gesuggereerd dat onze koene strijders zoveel weerstand boden dat de Duitse invallers de grens niet over geraakten.

Cover partituur la souris noire

Het lied moet bijgevolg gedicht en gezongen geweest zijn in 1914 bij het prille begin van de oorlog (juli), want na 4 maanden strijden was het Belgisch leger al opgejaagd tot achter de IJzer. De pep-talk in dit lied heeft dus niet echt geholpen, de pen is niet altijd machtiger dan het “zwaard”.

Als melodie koos de onbekende auteur voor “La souris noire”, een lied op melodie van Romain Desmoulins (1881-1939) en op tekst van veelschrijver en muziekuitgever Benech. Het klinkt inderdaad alsof het kordaat marcherend gezongen moet worden en dat past perfect bij de triomfantelijke tekst.

Dezelfde melodie vinden we trouwens ook terug op een liedblad van Leon Vanderplancke bij het lied “Keizers droom” dat zich dan weer situeert naar het einde toe van WO I, we voegen de tekst toe aan het einde van deze bijdrage.

 

Hulde aan onze soldaten

Zeg vrienden hebt gij het al gelezen
dat ons soldaten de vijand niet vrezen
en dat zij zich met leeuwenmoed weren
zich defanderen (1), uit alle kracht.
Neen, dat dachten ze niet van de Belgen
dat zij hadden zulke dapp’re telgen,
z’hadden anders wel gewacht
uit te roepen, met hun macht,
den oorlog aan ‘t Belgisch mensengeslacht.

Zij trekken met moed ten strijde
om ‘t Vaderland te bevrijden,
zij schrikken en vrezen niet voor het gevaar,
waar men hen roept daar staan ze spoedig klaar.
Om hun land te defanderen
schouderen zij de geweren.
Hulde aan hen die met moed gaan ten strijd
voor de Belgische vrijheid.

De Duitsers dachten de grens te passeren
want België zou zich toch niet verweren
maar zij hadden hun kansen verkeken
want op een teken zo waren zij
tot het strijden gereed onze soldaten
zij aan zij zoals trouwe maten,
ja zo vlug als één, twee, drij
stonden zij al in de rij
en juist daarom zingen wij:

Vele Duitsers zijn reeds krijgsgevangen,
onze soldaten die zijn vast geen bangen
want toen zij naar de grens zijn vertrokken,
ja, onverschrokken zeggen zij dan
tot de Duitsers: “Halt, niet verder heren,
of anders zal ik u een dansje leren!”
Hewel, wat zegt ge ervan?
Is den Belg geen moedig man?
Zingt nu allen tot hun eer, als ’t kan:


(1) “defanderen” van defendre (Fr.) of defendere (Lat.): verdedigen

Partituur * Hulde aan onze soldaten *
      1. Wreed & Plezant concert *Grooten Oorlog* 2014
      2. versie van Pierre Valray (fragment)


Keizers droom31 om 17.08.23
Het lied van Vanderplancke, een leedvermaak oproepende tweespraak voor man (Keizer) en vrouw (Keizerin), gaat als volgt:

KEIZERS DROOM

I
Ach wat zie ik met de Belgen mijne peere
‘k Moest allang in Parijs gaan dineeren
En alles ging zoo goed in ’t beginnen
‘k Moest overwinnen, dat was mijn droom
Mijn soldaten verliezen hun zinnen
En zij keren terug zonder pinne
Schier geen mannen van den slag
Ja ’t verslecht van dag tot dag
’t Was al bloed die ik daar voor mijn oogen zag

Refrein
Ja, geteld zijn mijne dagen
Gansch mijn leger is verslagen
’t Is al dat bloed van vrouwen kind en maagd
Dat ik vergoot, dat mijne ziel doorknaagt
En de Belgen zijn verbolgen
’t Zal mij in zijn furie volgen
En mij komen tergen tot mijne straf
Ja tot aan den boord van ‘tgraf

II
De Keizerin
Maar de Belgen zeer slim en veel wijzer
Lokten hier al uw volk aan den IJzer
Gij wildet ’t overgaan nog probeeren
Zij refuseeren, ’t was een begin
Hij
’t Ging te ver en dat was toch te vele
’t Water stond er soms tot aan ons keele
Want wij konden niet meer voort
Al mijn kleinen zijn versmoord
Of met de bajonet doorboord

Refrein

De Keizerin
Hebt gij ooit op de slagvelden
Aan verminkten en die helden
En aan het sissend bloedbad gedacht
Die gij ons eigen volk hebt toegebracht
Dacht gij aan die jongelingen
Aan moeders en zuigelingen
Die g’hebt gedood, gemarteld en bespot
Deedt smachten in het kerkersslot

III
Hij
Ach ’t is waar ik verloor mijne zinnen
Had ‘k geweten ‘k trok nooit België binnen
En ik zie mij van elkeen vervloeken
Uit alle hoeken van dorp en stad
Zij
Ja, waarom? Gij als machtigen keizer
Zaagt gij in dezen oorlog niet wijzer
Kom wij vluchten uit Berlijn
Tobie zit al aan den Rhijn
Daar zal hij wel gewroken zijn

Refrein

De Keizerin
Smeekt de Belgen om genade
Hij
Welk een schand voor ’t volk, en schade
Dat hunnen keizer knielend beeft en bid
Om al mijn staten en mijn bezit
Ik zal het voor eens probeeren
Ziet, zij allen refuseeren
Ach vrouw, ‘k gevoel er de genadeklop
Op mijn marmelade kop

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com