6

Den Boemlala

Geplaatst door Johan op 24 juli 2013 in Drank, liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank, Over Liefde & Verdriet |

Nog zo’n liedje dat wij in the seventhies leerden kennen via de fonoplaten en concerten van “De Kadullen”, maar dat al veel eerder populair en wijdverspreid blijkt te zijn: “Jef speelde liever op den boemlala”.

Jef ge moet naar huis toe gaan a vrake die is ziek. (bis)
Is ze ziek? Laat ze ziek, dat ze maar rap genezen is.
En Jef ging niet naar huis,
en Jef ging niet naar huis want:

REFREIN:
Jef speelde liever op den boemlala
den boemlala den boemlala
Jef speelde liever op den boemlala
den boemlala

Jef ge moet naar huis toe gaan a vrake die is dood. (bis)
Is ze dood? Laat ze dood! Z’heeft me al lang genoeg ge…pest.1

Jef ge moet naar huis toe gaan a vra is in de kist. (bis)
Is z’in de kist, laat z’in de kist, zorg dat ze goed genageld is.

Jef ge moet naar huis toe gaan a vra is in de kerk. (bis)
Is z’in de kerk, laat z’in de kerk, dan heeft meneer pastoor zijn werk

Jef ge moet naar huis toe gaan a vrake is in’t graf (bis)
Is z’in ’t graf? Laat z’in ’t graf, dan ben ekik er voorgoed vanaf

Jef ge moet naar huis toe gaan a vrake is in d’hel (bis)
Is z’in d’hel? Laat z’in d’hel dan heeft den duvel ook zijn spel


Partituur * Jef speelde liever op den boemlala *
      versie van De Kadullen (fragment)

Eigenlijk had dit lied oorspronkelijk helemaal niks met een “boemlala” te maken, die is er later bijgekomen.

Wat is een “Boemlala” ?

Op de foto vooraan de bespeler van de "boemlala"

Op de foto2 vooraan de bespeler van de “boemlala”

De “boemlala” is in feite een geïmproviseerd slaginstrument en was al veel langer populair in cafés en op familiefeesten. Het apparaat bestond meestal uit een grote pollepel, een paar vaatdoeken en een deksel van een kookpot. De bespeler bindt de vaatdoek rond de knieën en steekt de pollepel erdoor, met de bolle kant naar zijn buik gericht. Nu wordt het doek met die pollepel een beetje opgewonden en het deksel wordt voor de buik gehouden. Als de “muzikant” door zijn knieën zakt en ze naar de buitenkant beweegt, dan slaat de pollepel “boem” tegen het deksel. Brengt hij de knieën terug bij mekaar dan gaat de pollepel van de “cymbaal” weg, klaar voor een volgende “boem”.

Een fervent bespeler van zo’n boemlala was Mandus Devos (1931-2012) – niet de betreurde acteur Mandus De Vos (1935-1996)  gekend van o.a. “De collega’s” maar zijn naamgenoot bij de “Wichelse straatzangers”.

De Wichelse Straatzangers - november 2004

De Wichelse Straatzangers – november 2004, Mandus Devos met blauwe kiel

Een “boemlala”-refrein vinden we terug in meerdere oude liedjes, zoals bv. de parodie “De moord van Raamsdonk”

komt vrienden luistert naar mijn lied boemlala
van wat in raamsdonk is geschied boemlala
daar woonden eens een man en vrouw boemlala
die waren mee elkaar getrouwd boemlala
refr. boemlaliere boemlaliere
boemlala sasa
die waore mee elkaar getrouwd

of dit Kempens lied, beiden genoteerd door Harry Franken:

1 toen ik van brussel kermis kwam
klits klets de boemlala
toen ik van brussel kermis kwam
kierewierewiets jandan
2 wat zag ik daar in mijne weg
3 een meisje dat in ’t venster lag
4 ik vroeg aan haar is moeder thuis
5 welnee mijnheer kom maar in huis
6 en pak’ne stoel en zet u neer
7 en ik viel er mee m’n kloten deur
8 en ’t meisje schoot in heure lach
9 omdat ze mijne pieseman zag

Schermafbeelding 2013-07-24 om 12.09.10

En de Jan of de Jef ?

Het verhaal van Jan die niet naar huis wou gaan (en vele varianten) duikt al op in verzamelbundels die verschenen in het midden van de 19e eeuw in Vlaanderen en Duitsland. In die oudste (?) duitse versies is het trouwens meestal de vrouw die naar huis moet omdat haar man “krank” is, en enkele vlaamse versies zijn duidelijk van die duitse afgeleid.

In het boek “Deutscher Liederhort”, gepubliceerd door Ludwig Erk in 1856 te Berlijn (en gratis te downloaden via Google Books), vinden we het lied “Der Weltlauf” en de eerste strofe gaat als volgt:

Frau, du sollst nach Hause kommn
denn dein mann ist krank (bis)
Ist er krank, so sei er krank,
legt ihn auf die Ofenbank!
und ich komm nicht nach Haus.

Schermafbeelding 2013-07-24 om 12.11.19

Volgens de auteur van een meerstemmige bewerking zou dit lied afkomstig zijn uit een liedjesverzameling van de gebroeders Grimm.

Ook in Duitsland moeten er veel afgeleide versies geweest zijn. Het Eurosong-duo (1968) Ester & Abi Ofarim had voordien al succes met hun bewerking van zo’n variante onder de titel “Noch einen Tanz” die ze in 1964 ook in het engels uitbrachten als “One more dance”

Schatz, geh nach haus’,
Dein Mann, der ist krank.
Ist er krank,
Medizin steht im Schrank.
Oh, komm lieber Franz,
noch einen Tanz,
dann geh ich heim zu meinem Mann,
zu meinem armen alten Mann.

Schatz, geh nach haus’,
Deinem Mann geht es schlecht.
Iih, geht’s ihm schlecht,
na, mir ist es recht.
Oh, komm lieber Franz,
noch einen Tanz.
dann geh ich heim zu meinem Mann,
zu meinem armen alten Mann.

Schatz, geh nach haus’,
Dein Mann, der ist tot.ist er tot,
vorbei ist die Not.
Oh, komm lieber Franz,
noch einen Tanz.
dann geh ich heim zu meinem Mann,
zu meinem armen alten Mann.

Schatz, geh nach haus’,
gleich wirst Du ja reich,
was sagst Du gleich?
Du wirst reich durch die Leich!
Oh, nein nein, lieber Franz,
kein’ Zeit für ein’ Tanz.
Jetzt muss ich heim, zu meinem Mann,
den ich von Herzen beweinen kann.


Deze versie gebruikt een walsmelodie – niet verwonderlijk als het over dansen gaat – en een in 1930 in West-Friesland opgetekende versie moet er verwant mee zijn.

nog een walsje

uit: “Nederlandse Volksliederen Oud en Nieuw”, Rob Smaling, 1978

In 1853 staat in “Het Taelverbond”, Antwerpen, eerste deel, pag. 149 deze eveneens verwante tekst:

Schermafbeelding 2013-07-24 om 13.21.41

In andere versies is het dus een man, Jan of Jef, die naar huis moet gaan. Sommige varianten laten geen twijfel bestaan over de bezigheden van onze man: hij zat te pintelieren.

uit: "Kom zingen wij een lied", Ben Hartman, Jan Maas, 1987

uit: “Kom zingen wij een lied”, Ben Hartman, Jan Maas, 1987

Pastoor Jan Bols noemt dit lied “De kwade man” en heeft m.i. in de derde strofe het voor de hand liggend rijm1 gefatsoeneerd … of zijn volkse bron deed aan zelfcensuur om de pastoor niet in verlegenheid te brengen, iets wat zelfs in 1970 door De Kadullen nog werd nodig geacht (maar dan zodanig opvallend dat iedereen meteen kon raden welk voltooid deelwoord er had moeten staan…)

uit: "Honderd Oude Vlaamsche Liederen", Jan Bols, 1897

uit: “Honderd Oude Vlaamsche Liederen”, Jan Bols, 1897

Wanneer precies den “boemlala” aan dit lied is toegevoegd konden we niet achterhalen, we zagen wel dat Florimond Van Duyse een vijftal varianten van het lied vermeldt, waarvan ééntje met het “boemlala” refrein. Van Duyse merkt hierbij op (in “Het oude Nederlandsche lied. Deel 2”, pag. 968):
“Opgetekend te St.-Antonius Brecht door J. Cornelissen, in *Ons Volksleven”, Brecht, 1897, pag. 73. Het refrein – een later bijvoegsel – wordt door de melodie niet weergegeven”.
Hij publiceert de melodie van het “boemlala”-refrein dus niet omdat het volgens hem niet echt bij het lied hoort … Wist hij veel dat het lied vooral populair zou worden en blijven dankzij dit geleende refrein!

————
1 Het te verwachten – en allicht ook gezongen – rijm is “ze heeft me lang genoeg gekloot”
2 De foto op de platenhoes van De Kadullen is genomen in het café “In den Rozenkrans” bij Bertha en Janneke van Vlierbeek, bakermat van de Vlaams-Brabantse “folk-revival”. Dat weten we omdat in het “Liedboek van de kadullen” op pagina 48 een andere foto staat afgedrukt van dezelfde foto-sessie.

6 Commentaren

  • […] mij, Van honger en kou gestorven om er maar een paar te noemen. In het overbekende lied van “Den Boemlala” wordt het allemaal een beetje in het belachelijke getrokken, maar dat lied is oorspronkelijk […]

  • […] Dit lied is een persiflage op de vele bloedige moordliederen waarvoor de marktzangers bekend stonden. Het heeft textueel veel gemeen met “De moord van Raamsdonck”, want de beschreven moordpartij is verzonnen en de vermelde plaatsnaam heeft er niets mee te maken. In dit lied komt “Boem La La” meermaals voor als (tussen)refrein, en we mogen veronderstellen dat de uitvoerders inderdaad tussendoor op de boemlala speelden – zie hiervoor onze bijdrage over het lied “Den Boemlala” […]

  • Geert Verhecken schreef:

    Hallo,

    Wij , een vriendengroep die voor het verjaardagsfeest van één van onze vrienden , een ludieke optreden zouden willen doen van de BOEMLALA, zijn op zoek naar de muziek van de boemlala. De bedoeling is dat we daar een eigen tekst zouden op zingen. We hebben echter ons al zot gezocht naar enkel de instrumentale versie maar zonder resultaat. Vandaar een wanhoopspoging of jullie ons deze niet kunnen bezorgen of waar we dat zouden kunnen vinden ? Eventueel willen we daar ook wel iets voor betalen als het in de rede is natuurlijk.

    • Johan schreef:

      Wel … oorspronkelijk werd dit stokoude lied dan ook zonder begeleiding gezongen: een voorzanger zingt de eerste zin, met de nodige vertragingen en pathetische gelaatsuitdrukkingen; iedereen herhaalt/imiteert die eerste zin; de voorzanger gaat verder met de strofe en het boemlala-refrein wordt aansluitend door iedereen luid gezongen terwijl iemand effectief den “boemlala” doet klinken. Je zal er dus inderdaad geen “karaoke”-versie van vinden, daar is het lied niet voor geschikt.

  • […] en hadden inderdaad heel wat meer in hun mars dan hun overbekende eerste singel en grote hit “Den Boemlala / Drie Vrienden” uit […]

  • Roger Hessel schreef:

    Ik was negen jaar jong als ik voor het eerst de “Boem la la” zag bespelen in een volkscafé. In de streek van Torhout was een trouwfeest zonder “Boem la la” ondenkbaar. Het was één van die liederen die vanwege zijn erotische bijbedoelingen pas in de latere uren werd gezongen en vooral uitgebeeld. Het werd dus enkel gezongen “wanneer er geen rook in de meers was”, anders gezegd, wanneer er geen kinderen meer in de omtrek waren. De tekst van het lied is wel ouder dan de Boem la la zelf. Oorspronkelijk werd er een potdeksel rond de buik gebonden. Een pollepel werd daarna tussen de benen gebonden met een of ander lint, en opgedraaid zodat er een soort van veer ontstond. Als die bewerkingen achter de rug waren, werd er een voorschoot aangetrokken, zodat zowel de pollepel als het deksel onzichtbaar waren. Dan pas kwam de zanger op. Bij het zingen van het refrein en telkens op het moment dat hij het woord “Boem la la” zong, trok de zanger zijn benen open en de voorschoot naar omhoog, zodat de toeschouwers zagen hoe de pollepel omhoog wipte. Dat gebaar bracht grote hilariteit teweeg. Dan pas zagen ze wat die pollepel eigenlijk betekende……

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com