2

Mijn familie

Geplaatst door Johan op 24 mei 2013 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Schaernslijper met karEen verdwenen beroep van destijds is dat van de “scheresliep”, de scharen- en messenslijper die met zijn typisch karretje de straten en pleinen aandeed om de huisvrouwen te gerieven… Dat “gerieven” werd door de marktzangers meer dan eens met een erotische bijklank vertaald, zoals we al meldden in onze commentaar bij “Het nieuw lied van de schareslijper“.

Om volk naar hun rijdend fabriekje te lokken zongen en riepen de schareslijpers er op los, waarbij ironie en zelfspot de sympathie van de potentiele klanten moesten opwekken.

Een zeer oud lied in dat genre vonden we terug in “De Vlaamsche Zanger”, deel 2, 1900 en “100 Oude Vlaamsche Liederen”, Jan Bols, 1897 onder de titel “Mijne Familie”.

uit: "100 oude Vlaamsche liederen", 1897

uit: “100 Oude Vlaamsche liederen”, Jan Bols, 1897

In dit lied vernemen we dat onze fiere scheresliep het beroep van vader heeft overgenomen en dat hij uit een “zeer voorname” familie stamt, waarbij elke strofe steeds duidelijker maakt dat het precies andersom is.

De melodie heeft iets van een sea-shanty en doet vermoeden dat er werd gewerkt op het ritme van de muziek. Om de slijpsteen te doen draaien moest onze vakman voortdurend op een plank trappen; bij “modernere” modellen – ik zag zelf meermaals zo’n man aan het werk aan de Statie van Leefdaal in de tijd van Expo ’58 – werd het trapsysteem van een fiets gebruikt: daarmee kon men de kar voortbewegen en, na het overhalen van een hendel, de slijpsteen aan het draaien krijgen.

We denken dat het lied “Mijn familie” uit het begin van de 19e eeuw stamt; we vonden in ieder geval bij veelschrijver Andreas De Weerdt het lied “De Lanteerntjeswet”, gepubliceerd in 1853, en waarbij als melodie naar “Mijn familie” wordt verwezen. Aan de tekst is meteen te zien dat het inderdaad dezelfde melodie is. En voor zover dat niet duidelijk is: elke strofe eindigt met een opsomming van alle gekende muzieknoten (ut= do; sollia = sol en la), al blijft de melodie op dat punt bij 1 noot hangen.

uit: "Liederen der Industriële Revolutie", deel 2

uit: “Liederen der Industriële Revolutie”, deel 2

Het origineel (?) werd ook door Wannes Van de Velde gezongen, ondermeer op de CD “Water en Wijn” van 2004.

Wij maakten een versie in het Algemeen Nederlands.

Vrienden allen groot en klein,
liefhebbers van wondre dingen,
hopsasa, rideridera,
wilt hier wat aandachtig zijn
‘k ga van mijn familie zingen,
hopsasa, rideridera,
dan zult ge zien aangeduid
uit wat edel bloed ik spruit,
falla rideridera,
utremifasollia

 

Vader was een scheresliep,
eerlijk aan zijn brood gekomen,
dien men nooit terug ’n riep
als hij niets had meegenomen.
Spijt is’t dat zulk edelman
zonder krukken niet voort ’n kan.
 
Moeder heeft een appelkraam,
zij kan oude kleren lappen,
’t Is een vrouw van goede naam,
laat niet op haar tenen trappen.
Maar als ’t naar haar zin niet past
seffens heeft z’haar blokken vast.

Hoe het met mijn broeders gaat,
’t is te lang om te vertellen,
daar zijn’r drie of vier soldaat,
van d’ander kan_ik niks vertellen.
Wacht, er is nog één die gaat
vuilnis rapen langs de straat.

Nichten en kozijn met’t gros
men kan er de straat mee schuren
schev’ en manke, scheel en ros,
allerliefste creaturen.
Allemaal van’t groot beslis
lijk mijn heel familie is.

Maar wie dat ik zelve ben,
vrienden luister al te gader,
‘k ben het kind van moederke
en het zoontje van mijn vader
‘k Heb de aard van allebei
o, wat steekt er deugd in mij!


Partituur * Mijn familie *
      versie van Wreed & Plezant (fragment)
      a-capella versie van de groep *Water & Wijn* (fragment)

2 Commentaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com