5

Wij komen van Oosten

Geplaatst door Johan op 6 januari 2013 in Andere liederen, liedboeken, liederen |
Op de hoes is Tante Lieve omringd door kleutertjes uit de uitzending, niet toevallig familie en hun vriendjes uit Tervuren en omgeving.

Op de hoes is Tante Lieve omringd door kleutertjes uit de uitzending, niet toevallig naaste familie en hun vriendjes uit Tervuren en omgeving.

Toen ik 4 jaar was kochten mijn ouders hun eerste magische TV-toestel, een unicum in de buurt. Op donderdagnamiddag was er geen school (op zaterdagvoormiddag wel!) en dan was er een uitzending voor de kleutertjes met Tante Lieve (Simoens – tante Terry was toen nog omroepster) en aansluitend voor de groteren de TV-Ohee-club van Nonkel Bob en Tante Ria. Daar kwamen dus ook de buurjongens en -meisjes naar kijken!

Maar het duurde nog een paar jaar vooraleer we ook ’s avonds naar Schipper Naast Mathilde (1955-1962) mochten zien want dat was na bedtijd: kleine kindjes moesten toen nog uiterlijk om 19 uur gaan slapen.
Ik herinner me nog altijd levendig een aflevering waarin Sander, Hippoliet en Philidoor van deur tot deur gingen om driekoningenliedjes te zingen, rudimentair verkleed in de 3 wijzen en voorzien van een ingenieus draaiende ster op een bezemsteel gemonteerd.

Jan Bols "Honderd Oude Vlaamsche Liederen", 1897

Zij zongen daarbij: “Wij komen van ’t Oosten, wij komen van ver, à la berdina kosteljon, …” met het intrigerende refrein: “Van cher ami tot in de knie, wij zijn drie koningskinderen, sa pater trok naar Vendeloo van cher ami.

Dat lied werd door pastoor Jan Bols opgetekend in Werchter en gepubliceerd in 1897. Zelf zegt hij dat het gebruikt werd in een “Boerentoneelstuk” dat in Werchter vele jaren eerder werd opgevoerd (“slechts enkele spelers zijn nog in leven”) onder de titel “Het Groot Spel van de Drij Koningen”.

Van het eerste tussenrefreintje wist hij waar het vandaan kwam: “à la berdina kosteljon” was een typische volkse verspreking van het franse “à la berline, postiljon”, wat zoveel betekende als “naar uw berliner-rijtuig, koetsier”.

Ook Leopold II reed rond in een Berline

Ook Leopold II reed rond in een Berline

De Berline was inderdaad een soort “decapotable” paardenkoets, uitgevonden door Philip de Chiese in de 17e eeuw (in Nederland daarom ook een “sjees” genoemd) die ermee van Berlijn naar Parijs placht te rijden. In 1683 kreeg Louis XIV een gouden exemplaar cadeau, een geval van product placement nog voor die term was uitgevonden.

Maar waar de “cher ami” enzovoort vandaan kwam wist Jan Bols niet meteen te vertellen.

Nochtans geeft hij zelf een stuk van de oplossing wanneer hij verwijst naar een ouder driekoningenlied dat hij in boeken van J.F. Willems en Hoffman von Fallersleben terugvond, en dat eveneens te vinden is in “De Marsdrager of nieuwe Toverlantaarn”, Amsterdam, 1754 :

Wij komen getreden met onze sterre,
Lauwerier de Cransio,
Wij zoeken Heer Jezus, wij hadden hem geerne,
Lauwerier de knier,
Zijn Karel Konings kinderen,
Pater bonne Franselijn,
Jeremie.
driekoningenlied

De redelijk nonsensicale tussenzinnetjes zijn allicht een speelse parodie op de vele litanieën en ellenlange rozenkransen die de kerkgangers in die tijd moesten ondergaan.

De lauwerier de Cransio (potjeslatijn voor laurierkrans?) moet ergens in de 18e eeuw verbasterd zijn tot à la berline, postiljon, de cher ami is blijkbaar een verbastering van Jeremie, alias de profeet Jeremias.
Wij zijn drie koningskinderen komt van Karel Konings kinderen , de knie komt van knier, de pater van Vendeloo komt van pater bonne Franselijn.

Volgens Albert Boone s.j. in zijn omvangrijke epos “Het Vlaamse volkslied in Europa”, Lannoo, 1999, is de vorm van het lied een voortzetting van een driekoningen-wiegelied dat in een Leuvens boekje dd. 1570 was terug te vinden:

Het quamen drij coninghen uut verre landen,
nu wieghen, nu wieghen, nu wieghen wij,
om Gode te doen een offerande,
des waren sij vro,
alle mijnen troost, mijn toeverlaat,
is Maria soon.

Driehonderd jaar later weet De Coussemaeker in Frans Vlaanderen een lied op te tekenen waarbij de tekst geëvolueerd is tot:

Daer kwamen dry koningen met een sterr’,
Nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen al wy.
Uyt vremde landen, het was zoo verr’.
Nu wiegen al wy,
Toen waren zy bly,
Al onzen troost en onz’ toevloet,
’t Is Maria zoet.


Wij houden het bij de (licht bewerkte) versie opgetekend door Jan Bols, zoals ze door de kornuiten van de Schipper werd gezongen.

Wij komen van Oosten

Wij komen van ’t Oosten, wij komen van ver,
a la berline posteljon
Wij zijn er drie koningen met ene ster
a la berline postiljon
van cher ami tot in de knie,
wij zijn drie koningskinderen,
sa pater trok naar Vendelo
van cher ami.

Gij sterre gij moet er zo stille niet staan,
Gij moet er met ons naar Bethlehem gaan

Te Bethlehem in die schone stad,
waar Maria met haar klein Kindeken zat.

En het Kindeken dat heeft er zo lang geleefd
Dat’t hemel en aarde geschapen heeft

Hemel en aarde en dan nog meer,
dat is er een teken van God den Heer.

Partituur * Wij komen van Oosten *
      1. Wreed & Plezant te Sint-Katelijne-Waver (fragment)

5 Commentaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com