0

Het zijn de duiven

Geplaatst door Johan op 20 februari 2012 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Alberic Cattebeke met zijn 5-jarig dochtertje Maria Louisa in 1925

Alberic Cattebeke (1894-1975) zong en verkocht dit licht ironisch lied op de wijze van “Antoinette”.
Korte samenvatting: een (typische) duivenmelker is zodanig bezeten door zijn sport dat hij nauwelijks nog oog heeft voor iets anders, zoals zijn vrouw bijvoorbeeld. Nochtans doet hij niks anders dan verliezen: al zijn zakgeld gaat eraan en de duiven bakken er niets van. Maar dat belet hem niet om te blijven geloven dat het geluk zal keren. Hij is zo overtuigd van zijn gelijk, dat hij zelfs zijn vrouw uiteindelijk zo ver krijgt om ook haar spaargeld op zijn duiven te verwedden. Het bekomt hem slecht …

Over marktzanger Alberic Cattebeke schrijft Roger Hessel in zijn boek “De Filosofen van de Straat”:

'Brieken" Cattebeke - zoals hij in de omgang werd genoemd - werd marktzanger door "omstandigheden". Loodgieter van beroep overkwam hem in april van 1914 een zwaar ongeval. In Wetteren wilde hij op een rijdende tram springen, gleed daarbij uit en kwam onder het voertuig terecht, waardoor hij zijn beide benen verloor. Tijdens zijn revalidatie leerde hij trekzak spelen en werd omstreeks 1920 marktzanger. Daarbij verplaatste hij zich in een invalidewagentje. In de marktzangerswereld bleef hij een apart geval. Marktzangers zoals Coppenolle, Tamboer en vooral Jacobs staken hem graag een handje toe door hem liedteksten toe te stoppen. Enig medelijden zal daarbij wel hebben meegespeeld. Alberic Cattebeke trouwde in 1919 met Valerie Dekimpe en " 't was van moeten". In 1940 bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, onderbreekt hij zijn marktzangerscarrière en wordt standwerker op de markt, waarbij hij lederwaren verkoopt. Na de oorlog herneemt hij zijn oud beroep maar blijft ook lederwaren verkopen. Na 1947 stopt hij definitief met zingen en leeft zich volledig uit als standwerker met zijn lederhandel. Cattebeke sterft op eenentachtigjarige leeftijd, amper drie maanden na het overlijden van zijn vrouw (20-1-1975). Zijn werkterrein bleef beperkt tot West-Vlaanderen.

Fragment van een (ander) liedblad van Cattebeke

De muziek is geschreven door Casimir Oberfeld (een Poolse Jood °1903 en +1945 op de “dodentocht” in Auschwitz; hij schreef het merendeel van de liedjes die Fernandel zong tussen 1930-1940) en de originele franse tekst is van René Pujol en Ch.L. Pothier. Het werd gezongen door Armand Bernard in de film uit 1932 “Conduisez-moi, Madame!”. Andere bekende composities van Oberfeld die ook door marktzangers werden gekaapt: “C’est pour mon papa” en “Paris sera toujours Paris” om er maar een paar te noemen.

De originele tekst vonden we terug op een groot liedblad uitgegeven circa 1933 door “Les Editions Salabert” en die begint als volgt:

Je connais un’ jeun’ fille qu’a tout’s les qualités.
Elle est quoique gentille, plein’ de virilité…
Elle a un chic énorme, sourire et cetera…
Elle parle avec des formes, sans compter qu’elle en a!

Antoinette! Antoinette!
C’est un’ jeun’ fille qu’a du cran!
Antoinette! Antoinette!
Ah quel petit nom charmant!
Je vus l’dit sincèrement, c’qui m’botte,
c’est qu’elle sait porter la culotte!
Antoinette! Antoinette!
C’est vraiment un type épatant!

Het zijn de duiven

Vanaf de zondagochtend zit Pier al op zijn kot
te turen door het venster, van duiven is hij zot.
Zijn vrouw roept rond de noene tien keren zonder pret:
“Pier, wilde komen eten? De soep is uitgeschept”

Refrein:
’t Zijn de duiven, ’t zijn de duiven
gans mijn boelken is partie.
’t Zijn de duiven, ’t zijn de duiven
en nu heb ik niks meer zie (1)
Van vanachteren te beginnen
kwamen zij als den eersten binnen
’t Zijn de duiven, ’t zijn de duiven
die ik toch zo geren zie.

Ja thans den zondagavond zit Pierken voor zijn deur.
Zijn geld is weggevlogen dat is een groot malheur.
De makkers komen vragen te gaan op staminee.
Hij voelt er in zijn zakken en roept: “Ik ga niet mee”.

Zie, Pier die kent de duiven hij heeft er ’t beste ras
’t en zijn geen pannenschijters gelijk het vroeger was.
Binst vraagt hij aan zijn vrienden sigaretten of toebak
ik kan er gene kopen mijnen portmonnaie is plat

Pier vroeg eens aan zijn vrouwe: “Marie, speel ne keer mee!
Gij zult u niet berouwen, riskeer ne keer, allez!”
’t Mens gaf haar laatste centen maar ’s avonds was ’t al op
Pier kreeg twee blauwe ogen en een buil op zijne kop!

(1) Wij vonden de originele zinswending ” ‘k Heb getekend tot in tien” een beetje té onbegrijpelijk voor niet-duivenmelkers en hebben dus zelf een variante bedacht.

Partituur * Het zijn de duiven *
      1. Live 20-03-2009 St Joris-Winge (fragment)
      2. instrumentale versie 1932 - Les Joyeux Montparnos (fragment)

Volgens Jos Ghysens in “Het Aalsters volksleven” zong men aldaar het refrein van deze melodie op straat als volgt:

Antoinette, Antoinette,
’t Schoeintjste masken ooit de stad (bis)
En as ze danst is dat op heer tippen
En as ze schatj zèn da boeretrippen
Antoinetfe, Antoinette,
’t Schoenjste masken ooit de stad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com