0

Een reisje langs de Rijn

Geplaatst door Johan op 16 november 2011 in liedboeken, liederen, Over Leut & Plezier |

In 1904 schreef de Duitse componist Paul Lincke zijn zoveelste populaire marsmuziekje, deze keer getiteld “Berliner Luft“. In 1906 pikte de Nederlandse cabaretier Louis Davids dat muziekje op en plakte er een geheel eigen tekst op “Een reisje langs de Rijn”: het gezelschap heeft met de loterij een reis gewonnen en beslist om met een boot de Rijn af te varen. Er wordt gedanst en gezongen tot er plots een onweer opsteekt en er een beetje paniek uitbreekt. Maar dat blijkt perfect op te lossen met “een slokje brandewijn”.

Louis Davids met enkele revue-meisjes

Hij deed hier dus wat onze marktzangers ook deden: een “bekend wijsje” lenen om er een eigen verhaaltje aan te verbinden. In Nederland waren de straat- en marktzangers echter al vroeg in de 20e eeuw verdwenen, weggeconcurreerd door radio-orkesten en misschien ook wel uit het straatbeeld geweerd door de strengere calvinistische levenswijze van hun toehoorders en de bestuurders ervan. De markten aldaar waren allicht veel zakelijker en niet zoals in Vlaanderen echte kermissen. Dus waren de muzikale activiteiten achter de gordijnen van cabaretten, café-chantants of in radiostudio’s (en vandaar ook op fonoplaten) te vinden.

 

Over Louis Davids schrijven Lies Pelger en Renée Waale in “De mooiste liedjes van Louis Davids”: Louis Davids werd geboren op 19 december 1883 te Rotterdam en stierf op l juli 1939 in Amsterdam. Zijn beroep was cabaretier en revue-artiest. Zijn ouders waren kermisgasten, zoals dat vroeger heette. Dat betekende dat zij in ons land kermissen afreisden, om daar op te treden, wat zij o.a. deden met komische duetten. Het hele gezin Davids zat in het kermisvak. Louis begon er zijn carrière als een wonderkind. Het gezin telde voorts twee dochters, Rika en Heintje en tenslotte nog een zoon, Hakkie. Hakkie begeleidde zijn familie op de piano. Later bracht hij het tot kapelmeester.”

Het lied “Een reisje langs de Rijn” dateert uit de beginperiode van Davids, toen hij in revue’s optrad, meestal alleen, soms met zijn zus Heintje. In 1911 gaan ze op toernee in Engeland, waar zijn andere zus Rika ondertussen woont, en hij leert daar Margie Morris (artiestennaam van Margaret Whitefoot) kennen. Zij werd zijn muze en mede-componiste en volgde hem naar Nederland; daar zouden ze samen tot in 1922 samen als “He, she and the piano” meerdere successen aan mekaar rijgen. Nadien werkte Davids samen met andere tekstschrijvers en componisten – er wordt zelfs gesuggereerd dat hij in die periode meerdere teksten op zijn naam heeft gezet die door anderen, ondermeer door Jacques van Tol, werden geschreven. Davids stierf in 1939 op 56-jarige leeftijd aan astma. In totaal liet hij 700 liedjes na.

liedblad van L. Texier

Aanvankelijk sijpelde er weinig repertoire van “hollandse” artiesten tot in Vlaanderen door, dat zou pas tegen WO II een ware boom kennen toen enkele zangers om den brode naar Vlaanderen uitweken (de familie Van Gestel, Texier “de zot”, …) en toen na WOII enkele platenfirma’s en muziekuitgevers promotie-orkesten de baan opstuurden om levende jukebox te spelen en zo hun bladmuziek te verspreiden. “De Lustige Volendammers” bijvoorbeeld deelden kwistig liedbladen uit met hoofdzakelijk nederlandse liederen of vertalingen van Amerikaanse succesliederen. Of de muzikanten zelf ook echt uit Nederland kwamen is nog niet zo zeker, maar een opvallende en aangepaste klederdracht hadden ze wel.

Louis Davids zelf is als zanger-componist in Vlaanderen eigenlijk pas echt bekend geworden nadat Wim Decraene in 1974 een vlaamse-rock versie uitbracht van “De kleine man“; die De Craene versie werd nog niet zo lang geleden nog eens op een podium gebracht door William Souffriau.

Andere liedjes van Davids kent u misschien omdat ook Wim Sonneveld er blijkbaar een fan van was, zoals “Weet je nog wel oudje

Maar laat ons nu de boot in springen en op reis gaan.

Een reisje langs de Rijn

 

Laatst trokken w’uit de loterij een aardig prijsje
‘k Zei tot mijn vrienden “Maak met mij een aardig reisje”
Die wou naar Brussel of Parijs, die weer naar Londen
“Vooruit” riep ik, “wij maken fijn een reisje langs de Rijn”
In een wip, sakkerloot, zat het clubje op de boot.

 

Refrein:
Ja, zo’n reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn,
‘s Avonds in de maneschijn, schijn, schijn,
met een lekker potje bier, bier, bier
aan de zwier, zwier, zwier
op d’rivier, vier, vier.
Zo’n reisje met een nieuwerwetse schuit, schuit, schuit
allemaal in de kajuit -juit -juit
‘t Is zo deftig, ’t is zo fijn, fijn, fijn,
zo een reisje langs de Rijn
.

 

Zo kwamen we met prachtig weer het eerst bij Keulen,
mijn tante walste over ’t dek als een jong veulen.
Oom Kees nam zijn harmonica en ging aan ’t trekken
en dadelijk zong kromme Teun: “Deutschland wie bist du schön”
Nichtje Saar, welk gevaar, riep “Hou op ik word zo naar”

 

Bij Mannheim kwam er bliksem het begon te waaien
Mijn tante riep: “Het schip vergaat, we zijn voor d’haaien.”
Zij vloog naar de commandobrug en riep “Kapteintje
Beneden in de eerste klas ligt nog mijn beugeltas.
O kaptein, maak geen gein, geef m’een slokje brandewijn


Partituur * Een reisje langs de Rijn*
melodie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com