0

Al wat er blinkt ’n is geen goud

Geplaatst door Johan op 12 september 2011 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Lied nr. 6 in “Café Chantant”, het boek van WIlly Lustenhouwer.

De aldaar opgegeven melodie klinkt 19e eeuws maar we hebben de oorsprong ervan nog niet gevonden.
Wel is er in een verzamelbundel van liedjes die tussen 1830 en 1880 in Snoeck’s Almanak verschenen eveneens een lied met dezelfde inslag en een identieke slotzin bij elk refrein. Het 1 was dus zeker inspiratiebon voor het ander. Het metrum tussen beide teksten verschilt een beetje, ze kunnen niet op dezelfde melodie gezongen worden.

De opgegeven zangwijze vinden we terug in een boek met “Al de liberale liedjes en gedichten van Nap. Destanberg 1846-1866” – een man waarvan we weten dat hij voor Snoeck’s schreef – en daar blijkt dat lied (getiteld “Vaarke welgezind”) op zijn beurt de melodie van “Het kuiperke” te hebben geleend.

In “De Nederlandse Liederenbank” wordt aangegeven dat op deze melodie (gepubliceerd tussen 1755-1773) zo’n 40 oude liedjesteksten bekend zijn, waaronder het origineel.

Volgens Florimond Van Duyse is de melodie en de tekst afgeleid van “Le tonnelier”, opéra comique van N.M. Audinot, in 1761 verschenen, en in 1765 met verbeteringen van Gossec opnieuw ten tooneele gebracht.

Leuk, maar behalve dat die melodie in 6/8 maat is geschreven zien we verder geen treffende gelijkenis met de melodie die Lustenhouwer noteerde. Waar die vandaan komt weten we dus nog niet. We vonden ze in elk geval interessant en ook passend voor het lied over de “genevelisten”.

Mocht u de melodie kunnen plaatsen, geeft u dan een seintje?

Al wat er blinkt ’n is geen goud

Als we de wereld van verre bekijken,
dan is het leven ’n aards paradijs.
Ja, men zou zeggen er zijn niets dan rijken,
en ieder is even verstandig en wijs.
Maar als men het scheel van het potje wil heffen,
en al die zaken wat nader beschouwt,
kan men de waarheid van ’t spreekwoord beseffen:
al wat er blinkt ’n is geen goud.
Kan men de waarheid van’t spreekwoord beseffen:
al wat er blinkt ’n is geen goud.

 

Als men de juffers op’t straat ziet laveren,
’t halske omhangen met krullen en bles,
krakend van goud en van ander juwelen,
kent men een naaister wel uit een prinses?
Jongens past op, ge verbrandt er uw duimen,
als gij zoekt om  er te worden getrouwd,
oordeel de vogels niet volgens hun pluimen,
al wat er blinkt dat is geen goud.
Oordeel de vogels niet volgens hun pluimen:
al wat er blinkt dat is geen goud.

 

Zie hoe dat heertje daar komt aangepikkeld,
fijn geganteerd en nog fijner gecold,
een hemd met strepen en kleuren gespikkeld,
en ook een hoed naar de mode gekrold,
zou men niet zeggen: hij leeft op zijn renten,
maar ik beklaag u zo gij hem betrouwt,
want kleer- en schoenmaker krijgen geen centen,
al wat er blinkt dat is geen goud.
Want kleer- en schoenmaker krijgen geen centen:
al wat er blinkt dat is geen goud.

 

Men wordt aanzien als de groten der aarde
als men een “de” heeft van voor aan zijn naam,
dan gaat men door als personen van waarde,
ja dan geniet men soms eerbied en faam.
Maar onder hen zijn er velen met koetsen
waarop men huizen zou hebben gebouwd,
maar die ineens dan de plate gaan poetsen,
al wat er blinkt dat is geen goud.
Maar die ineens dan de plate gaan poetsen:
al wat er blinkt dat is geen goud.


Partituur * Al wat er blinkt *
melodie
      1. Al wat blinkt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com