2

De mijnramp in Frankrijk (1906)

Geplaatst door Johan op 2 juli 2011 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |

Zij dalen neer in donkere zwarte mijnen
een werkmansschaar, ze zwoegen dag en nacht,
geen zonneglans die stralend hun beschijne
een karig loon, geen weelderige pracht.
Ze werken steeds, ’t is of zij altijd dromen
genot en vreugde worden hun bespaard,
en als ze dan weer stijgend boven komen
zijn ze verblind van zonlicht van dees aard’.

Refrein:
Daal dus maar weder, in d’aarde neder
daal werkmanszoon, nu voor de laatste maal,
gij blanke slaven, die altijd graven
gij arbeidsschaar, die zwoegt voor ’t kapitaal.

Weer dalen zij voor hunnen arbeid neder
een grote knal werd overal gehoord,
nooit zien zij hunne vrouw of kinderen weder
in de schoot der aard’ zijn honderden gesmoord.
Half zinloos, zie daar al die vrouwenkringen
en schreien luid, roepen om man of zoon,
waanzinnig starend, zij hun handen wringen
roepen ze luid, O, God, is dat ons loon.

Die grote ramp bracht schrik in alle landen
veel medelij met weduwe en wees,
een wrede dood verbrak daar vele banden
bracht jammer, rouw, ellende en ook vrees.
Een grote stoet van lange rijen lijken
gaat door de straat gevolgd door maagd en vriend,
zie d’armen gaan, zie toch hoe zij bezwijken
De werkmansvrouw en ook het werkmanskind.

Rust zacht, rust zacht, gij brave proletairen
die stierven op het arbeidsveld van eer,
een grote droom van dapper arbeidsscharen
helaas, helaas, wij zien u nimmer weer.
Voor ’t goud uws meesters liet g’uw nuttig leven
uw zweet en bloed bracht hen rijkdom en macht,
maar eens zullen zij voor ons wrake beven
dus makkers slaapt gerust in d’eeuwige nacht!


Partituur * De mijnramp te Frankrijk *
      1. instrumentaal

We vonden dit lied op de website www.cubra.nl en het viel ons meteen op dat er duidelijke gelijkenissen waren met het lied “Bloedige sneeuwvlokken” dat in 1872 verkocht werd ten voordele van de slachtoffers van de Commune; de melodie en de tekst hiervan zijn te vinden in de boeken “Café Chantant” van Willy Lustenhouwer en in “Liederen van de Industriële Revolutie” van Erik Demoen, beide in beperkte oplage uitgegeven in 1987.

Vergelijkt u zelf!

Bloedige sneeuwvlokken

Weer daalt de sneeuw in dikke vlokken neder,
in d’enge hut gezeten bij de haard
wiegt d’arme vrouw haar lieve wichtjes teder,
heeft buur en vriend zich al bij’t vuur geschaard.
’t Is alles stil, eenieder schijnt te dromen,
elk vraagt zich af: men hoort van Piet nooit meer.
Waar blijft hij toch, wat is hem overkomen?
Helaas hij ging en nimmer keert hij weer.
 

Refrein:
Daal koude veder
op aarde neder,
daal blanke sneeuw als troosting in’t verdriet
en dek de graven
waar al die braven
die heldenschaar
de eeuw’ge slaap geniet.

illustratie bij een artikel over deze ramp in Le Petit Journal, Paris 1906

Welk is het origineel?
Waarschijnlijk de “sneeuwvlokken” want het mijnwerkerslied zou gaan over een mijnramp “in Courrieres, meer dan 1300 lijken als risico van den arbeid”.
Dat zou de mijnramp van 1906 moeten zijn:
“La catastrophe de Courrières est la plus importante catastrophe minière d’Europe. Elle tire son nom de la Compagnie des mines de Courrières qui exploitait alors le gisement de charbon du bassin minier du Nord-Pas-de-Calais dans le Pas-de-Calais. Elle eut lieu entre Courrières et Lens, le samedi 10 mars 1906 et fit officiellement 1 099 morts.” (Wikipedia)
De uitbaters van de mijn beslisten amper drie dagen na de ontploffing het zoeken naar overlevenden te stoppen. Om de mijnbrand te smoren (en de materiële verliezen zoveel mogelijk te beperken) werd een stuk van de mijn zonder pardon afgesloten, wat door de familieleden en vrienden van de getroffen mijnwerkers allerminst werd geapprecieerd.

De ongeruste massa staat voor de gesloten poorten van het rampgebied


Zo’n twee weken later bleken 13 mannen als bij wonder op eigen kracht de uitgang gevonden te hebben, 4 dagen later werd nog een veertiende overlevende gevonden.
De ramp – en vooral de onmenselijke houding van de eigenaars – veroorzaakte veel politiek deining, zoals uit bovenstaand lied al kon worden afgeleid, en leidde tot het wettelijk verplicht maken van 1 wekelijkse rustdag. We zitten in 1906 nog volop in de industriële revolutie en de onmenselijke werkomstandigheden die ermee gepaard gingen.
De reddingsactie (…) werd ook in het buitenland gevolgd. Zo berichtte de Nieuwe Tilburgse Courant op 16 maart 1906 – 6 dagen na de ontploffing – het volgende:

2 Commentaren

  • andreas Jaquet schreef:

    Hello
    Ziehier nog een heel oud liedje dat in mijn bezit gekomen is via mijn grootmoeder

    De spoorwegramp

    Ziet ge aan het huisje der spoorwegbaan
    Daar die wisselwachter staan
    Het is een man die vol vlijt
    Hart en ziel aan den arbeid wijdt
    Neen , zijn taak is niet zwaar
    Maar ontzeglijk vol gevaar
    Ene kleine onoplettendheid
    Kost veel mensenlevens , welk een spijt

    Daar klinkt nu juist een signaal
    Twee sneltreinen die komen aan
    En daar klinkt de tweede bel
    Van zijn toestel
    Twee treinen die in aantocht zijn
    Hij schikt ze elk op hun lijn
    Zo heeft hij met een vast gedacht
    Zijne plicht volbracht

    Ginds in de verte ontwaarde hij
    t’Monster dat komt naderbij
    Hij hoort het gegrol en gezucht
    Ziet de rookpluim in de lucht
    Maar op denzelfden stond
    Zeeg hij schier van schrik ten grond
    Zijn kindje een vijfjarige klein
    Speelde op de spoorweglijn

    Hij uitte een pijnlijke kreet
    Die door merg en beenderen sneed
    Zijn kind ter redding in de daad
    Was het te laat
    Hij dacht aan zijn plicht niet meer
    En rukte den hefboom neer
    En zuchtend rolde de trein
    Op een andere lijn

    Dan snelde hij gans ontzind
    Naar zijn niets beseffend kind
    Dat rustig en ongestoord
    Op de spoorlijn speelde voort
    Lachend en wenend tegelijk
    Bibberend bleek als een lijk
    Vluchtte hij met zijn kindje teer
    Naar zijn spoorweghuisje weer
    Plots hoort hij een gekraak
    Een huilend mensen – geslaak
    De spoorwegramp was nu volbracht
    Met ijzingwekkende kracht
    En hij tuurde met een droevig gevoel
    Naar den vuurporl

    Kort nadien was tribunaal
    In een ruime rechterszaal
    Sprak de vader ter verdediging
    Ik deed het voor mijn lieveling
    Maar sprak de rechter gij moet
    Zelfs uw eigen vlees en bloed
    Opofferen voor uw plicht
    Gij zijt schuldig en strafbaar daarbij
    Twintig jaren tuchthuisstraf
    Kreeg de vader zo braaf
    Twee rijkaards werden gedood
    De ramp was groot
    Nu knalt het oorlogsvuur
    Mensenlevens uur na uur
    Niemand die daar ooit gewis
    Strafbaar voor is
    ________________

    Met vriendelijke groeten
    Andreas

Laat een reactie achter op Johan Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com