0

Schrikkelijke ramp op de Noordzee (1924)

Posted by Johan on 26 juni 2011 in liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |

vele boten met man en muis vergaan op 18 juli 1924

 

Wij vonden dit lied dat allicht kort na de ramp werd “gedicht en gezongen door Victor Bekaert uit Gent”. Het werd gepubliceerd door Jef Klausing in “Zingende baren”, een boekje in eigen beheer (geschreven op een oude typmachine en gefotocopieerd) uitgegeven in 1986 waarin we op pagina 2 met genoegen lezen: “overname toegelaten mits bronopgave”, wat we bij deze dus gedaan hebben.

Volgens Klausing betreft het een “vliegend blad” uit de verzameling van Roger Hessel, maar in diens boeken hebben we het niet teruggevonden. Nog steeds volgens Klausing gebeurde aan de Belgische kust die dag het volgende: “De scheepjes waren die vrijdagmorgen rond 4.30 u uitgevaren. Een veertigtigtal bootjes waren aan het vissen onder de kust tussen Mariakerke en Middelkerke toen opeens een onverwachte storm losbrak. Het Oostends blad ” De Zeewacht” beschreef het orkaan als volgt: ” de regen viel met geweld, de lucht was pekzwart en machtige rukwinden deden gans de stad sidderen ” De vrouwen van de vissers die in zee waren vreesden het ergste en liepen met angst in het hart naar de zeedijk en de pier. Toen de storm geluwd was kon de schade opgenomen worden. Vier scheepjes waren met man en muis verdwenen, een twintigtal waren gestrand tussen Mariakerke en Blankenberqe, twee konden nog te Zeebrugge binnenlopen, een schuit kapseisde in de havengeul te Oostende waarbij een visser jammerlijk verdronk. In totaal waren 13 vissers omgekomen op de zee, ze lieten 10 weduwen achter (in één familie waren er vier weduwen) en 18 wezen.
Voor Oostende was deze slag des te harder daar het reeds bijna drie jaar geleden was dat nog een visser zijn leven had verloren op de zee.

Het schepencollege besliste een comité voor hulpverlening aan de naastbestaanden van de slachtoffers op te richten en tevens een oproep te doen tot liefdadigheid, oproep die ook van uit het binnenland zeer breed beantwoord werd.”

Er werden meerdere liederen over de ramp geschreven, ook in Nederland waar bij Arnemuiden eveneens vele slachtoffers vielen.

Het lied “De Visschersramp van den 18den juli 1924” vond Klausing in een liedjesschrift. Het is een scherpe aanklacht tegen alle instanties die het vissersberoep minachten en hebben toegelaten dat de reddingsploegen onderbemand waren en met versleten materiaal moesten werken.

Het refrein gaat als volgt (op de melodie van “Moeder ik kan je niet missen”)

Red ons, zoo klonk het alomme,
Want wij verkeeren in nood,
Wij, visschersvolk zonder waarde,
Vinden in zee onze dood.
Duurbare vrouwen en kind’ren
Laat u de moed niet ontgaan,
Maar denk aan uw vader die voor zijn bestaan
In de woeste zee is vergaan.

Het lied van Bekaert is geschreven op de zangwijze “La femme à la Rose“, indertijd gezongen door Emma Liebel (1926), Berthe Sylva (1931) en Damia (1948) en gecomponeerd door Gaston Gabaroche, en omdat we op die melodie nog geen andere marktzangersliederen hebben gevonden, geniet die onze voorkeur. We moesten eens te meer de tekst een beetje bijwerken om de originele melodie te kunnen behouden.

Schrikkelijke ramp op de Noorzee

Treurig staan veel bedroefde vrouwen
te staren naar de woeste zee.
Zij denken met ‘t harte vol rouwe
aan man of zoon in droef geween.
Verzonken in ellend en smerte
zitten bedroefde moeders neer.
Van verdriet zo breekt hun het herte,
ach, wij zien hen nu nooit meer weer.

“Onzen boot is vergaan”,
zo snikken zij in droef getraan,
“in het ellendige storremweer,
nooit nog zien wij onze vader weer.”
“Mijn kind”, roept moeder, is vermist,
wij zijn alles verloren.”
“O God, breng toch onze vader weer.”
smeekten die kinderen teer.

Men ziet iemand hun huisje nad’ren,
een visser die brengt het bericht.
Hun bloed werd ijskoud in de ad’ren
en zij smeekten dan ook wellicht.
“Zij zijn in de zee omgekomen”,
bedroefd zegt dienen braven man,
met groot verdriet zegt hij: “Ach, vrouwen,
hun bootje is in zee vergaan.

Zie al met eens, met trage schreden,
zag een moeder dan nu voortaan
een jonge visser nader treden,
hij riep van ver zijn moeder aan.
De vrouw ging bedroefd naar hem tegen,
ja, zo gans vol van angst en leed.
Als haar zoon bij haar was getreden,
vertelde hij de ramp der zee.

Partituur * Schrikkelijke ramp op de Noordzee *
      1. instrumentaal
      2. La femme à la rose

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant All rights reserved.
This site is using the Multi Child-Theme, v2.2, on top of
the Parent-Theme Desk Mess Mirrored, v2.5, from BuyNowShop.com