4

De verlatene Jeanne Elisabeth Schrapnel

Posted by Johan on 9 juni 2011 in liedbladen, liedboeken, liederen, schrift Victorine Laes, Wereldoorlog |

In het liedjesschrift van moeder Carels vonden we deze mysterieuze tekst:

De titel is duidelijk afkomstig van een marktzangersliedblad: de ondertitel vat het verhaal samen, voor zover de titel zelf al niet duidelijk genoeg was.

Na enig speuren vonden we ook zo’n marktzangersblad terug: het zit in de omvangrijke verzameling van de heren Wouters en Moorman die tussen de twee wereldoorlogen enkele boeken uitgaven met transcripties van hun verzameling marktzangersblaadjes. Dankzij de Koninklijke Nederlandse Bibliotheek kunnen deze en andere blaadjes nu in hun oorspronkelijke vorm bekeken worden.

De Nederlanders wisten de opgegeven zangwijze “Onder de Lakenbrug” niet thuis te brengen, wij weten natuurlijk dat dit verwijst naar een ander (Brussels) marktzangerslied dat op zijn beurt de melodie van “Sous les ponts de Paris” gebruikt.

Ook Walther Van Riet haalt het lied aan in “Zo de ouden zongen” en Roger Hessel in “De filosofen van de straat”. Het zou gaan om een circa 2-jarig kind dat door enkele Gentse soldaten werd gered uit een afgebrand huis, waarna ze het tot het einde van de oorlog koesterden in de hoop later nog overlevende familieleden terug te vinden. Vermoedelijk wist het kind zijn naam niet of kon het nog niet/niet meer spreken, zodat de soldaten het vernoemden naar een oorlogstuig, de shrapnel – dat is een soort granaat, gevuld met loden of stalen kogels, vernoemd naar de uitvinder Henry Shrapnel (1761-1842).


De stad scheen gansch verlaten
Alles was doodsch en stil
Geen mensch langsheen de straten
Den avond die viel in
Opeens weerklonk als uit den grond
Een kinderschreeuw als geween
’t Was in een beschoten donkeren hoek
Waar men het lief kindje daar vond

REFREIN:
‘k Schenk u een vader weer
En ene moeder teer
Zoo spraken onze moedige soldaten
Wij gaan voor u zorgen en u nooit verlaten
Als d’oorlog is gedaan
En wij naar huis toe gaan
Dan zult gij mijn lief klein kind wel gekend
Meê gaan met ons naar Gent

De vader die was heen gevlucht
Was van ’t gevaar beducht
Liet daar het kindje gansch alleen
In lijden en geween
Zijn brave moeder vond den dood
In ’n huis dat in puin was verdwenen
Wat was dat toch een droevig lot
Voor het kind dat daar lag te wenen.

Soldaten van de klas veertien
Hadden het gauw gezien
Namen het kindje dadelijk op
Vol vreugd wierd het gedoopt
Zij wilden allen vader zijn
Om het hun naam te mogen geven
En zo komt het dat d’arme klein
Den naam van Shrapnell zal beleven

Jeanne-Elisabeth Shrapnell
’t gekende oorlogskind
Gevoelt zich bij den troep zeer wel
Van allen wordt bemind
Met vijven trokken zij om ’t lot
Wie van hen het kindje moest erven
De vader vluchtte, de moeder dood
Wij zullen ons vijf toch niet sterven

Partituur *De verlatene Jeanne Elisabeth Schrapnel
      1. Wreed & Plezant concert *Grooten Oorlog* 2014

We vonden nog twee andere liederen rond hetzelfde thema, helaas zonder vermelding van zangwijze.

In “Het Marktlied te Erpe-Mere” haalt auteur Julien De Vuyst volgende tekst aan:

Marie Elisabeth Schrapnell

De avond is daar
Zo donker en zwaar
Het oor1ogsrumoer is nu zwijgend
’t Is stil overal
Geen dondergeknal
Langs heuvels, langs bergen en dal
En toch ziet men daar iets bewegen
’t Is een kind alleen, gans verlegen
En een soldaat op de wacht
Hoort de droeve klacht
Akelig in de nacht
-Kindje lief, sprak de brave soldaat
Zeg mij , wie zoekt gij hier nog zo laat?

Refrein:
Met traantjes in haar blauwe ogen
Sprak de kleine gans bewogen
Moeder ligt hier onder ’t puin van ons woon
Klaagde ’t kindje op droevigen toon
En vader is bi j de soldaten
Ik blijf hier alleen gans verlaten
Nochtans ik ben braaf
lk deed nooit iemand kwaad
Red mij toch, o brave soldaat.

O kindeke klein
Gij baart mij veel pijn
Zo sprak de soldaat medelijdend
Mijn arm bloed
In uw tegenspoed
‘k Weet niet hoe ik u helpen moet
’t Is nacht en de streek is verlaten
Hier zijn slechts kanons en soldaten
Hier wandelt overal de dood
’t Gevaar en de nood
Zijn hevig en groot
Wat zal ik, kindje, voor u doen
Vraagt hij en drukt haar menige zoen.

Het kindje omhelst hem zo teder
En ’t roept toch zo roerend alweder
Laat m i j niet a1 leen, o brave soldaat
God belone uwe edele daad
Laat mij aan uw zijde blijven
‘k Zal braaf zijn en mij niet doen bekijven
Met een kinderlach
Ziet zij hem smekend aan
Op zijn wang rolt menige traan.

De ure die slaat
Een ander soldaat
Komt hem op zijn nachtwacht vervangen
Nu gaat hij gezwind
Met het lieve kind
Tot waar hij zijn makkers vindt
Van als zij de kle ne ontwaren
Doen zij allen blijde gebaren
En elke soldaat schenkt vol gloed
Een kusje zo zoet
En wat lekkergoed
Ene stem roept: -makkers luistert wel
Zij heet Elisabeth Schrapnell.

Nu juichen de brave soldaten
Zij wenen, zij lachen, zij praten
Zij strelen het kindje verheugd en verblìjd
Al hun zorg is aan haar gewijd
En elk wil een kusje haar geven
Van liefde is zij steeds omgeven
Nu wordt zij gestreeld
En gekust en bemind
En genoemd: het lief oorlogskind.

Een derde versie publiceerde Alfons De Belie in “Zo werd gezongen” (1995, Belsele) als facsimile van het oorspronkelijke handschrift uit het Schoonschrifthandboek van Margriet Van Lyssebettens, 1926

 

4 Comments

Laat een reactie achter op Vounckx Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant All rights reserved.
This site is using the Multi Child-Theme, v2.2, on top of
the Parent-Theme Desk Mess Mirrored, v2.5, from BuyNowShop.com