1

Lied van den ouden tijd

Geplaatst door Johan op 10 juni 2010 in cahiers, liederen, schrift Victorine Laes, Spot & Ironie |

Victorine Laes schreef de tekst neer van een lied dat wijd en zijd verspreid was, zij het telkens met grote tekstvarianten. Het thema is van alle tijden: in de “goeie ouwen tijd” was een en ander toch een stuk beter geregeld…

De aanhef van het lied “Goeden avond, dames heren” geeft al aan dat dit niet op het marktplein aan de kerk werd gezongen, maar wel op familiefeesten of in een café-chantant. De redelijk erotische inhoud maakte het trouwens ongeschikt voor té openbare uitvoeringen: in de tweede strofe suggereert een jonge bruid bijvoorbeeld dat ze zich bij geldgebrek makkelijk kan prostitueren!

Victorine begint haar notities als volgt:

Lied van den ouden tijd

Victorine heeft in de eerste strofe blijkbaar 1 regel tekst overgeslagen, zij eindigt die met “Groote chick en grande-jeure spellen” … Vermoedelijk had ze “grande-genre” of “groete zjaar” (= met veel misplaatst uiterlijk vertoon) zoals dat in ons dialect klinkt moeten schrijven, en het vervolg heeft ze blijkbaar helemaal niet begrepen.

De tweede strofe leest als volgt – inclusief oude spelling en dt-fout:

Is ne jong nu twintig jaren, hij heeft al een poeze vast
Hij die spreekt van gaan te paren daarin ziet hij geenen last
Vraagt hem eens van wat gaat ge leven, o, ʻt meisje antwoord u subiet
daar zijn zooveel chikke heren die schoon meisjes geerne zien

Zoals gewoonlijk geeft ze niet aan op welke melodie dit lied werd gezongen.

Gelukkig vonden we varianten terug in andere verzamelingen!

Bijvoorbeeld “Den ouden tijd” in “Het volkslied in West-Vlaanderen” (Roger Hessel, uitgegeven in eigen beheer, 1980), inclusief melodie.

Eveneens “In mijnen tijd”  in “Zo de ouden zongen” (Walther Van Riet en vzw Drieske Nijpers, 1983), ook met een melodie

Nog een variante “Den ouden tijd”  in het “Eregems liekesboek” (Adriaan De Weghe, Heemkundige kring Iddergem, 2008) met afwijkende melodie

Een andere versie “De goeie ouwe tijd” in “De geschiedenis van het Café Chantant” (Willy Lustenhouwer, 1987) met melodie

Nog een sterk afwijkende variante “Groot voor hunnen tijd” in “Het Aalsters Volksleven, het Markt- en Straatlied 1860-1950” (Jos Ghysens, Genootschap voor Aalsterse Geschiedenis, 1978)

Daaruit puzzelden we volgende tekst in mekaar, met enkele eigen toevoegingen:

Goedenavond, dames, heren, ‘k geloof dat ik kom op tijd
om u iets te explikeren uit de goeien ouwen tijd,
toen de mensen van voorhenen waar men nu vandaag mee spot,
’t fijnste kenden van hetgene dat plezier en vreugde brocht.
Want in mijnen tijd, dat waren nogal knapen,
waren goed geleerd en fijn al uitgeslapen,
alles kwam er toen zuiver op het tapijt,
want dat waren kereltjes in mijnen tijd,

want dat waren kereltjes in mijnen tijd.

Is ne jong nu achttien jaren, hij heeft al een poeze vast
en hij spreekt er van te paren, daarin ziet hij gene last.
Vraagt hem: van wat gaat ge leven? ’t meiske antwoordt u subiet:
daar zijn zoveel chique heren die de meiskes gaarne zien.
Maar in mijnen tijd, ‘k was achtentwintig jaren,
toen ik en mijn lief voor ’t eerste samen waren,
zo zijn ze toch ’t schoonste van hun leven kwijt,
ja, dat ging veel beter toch in mijnen tijd,

ja, dat ging veel beter toch in mijnen tijd.

Vraagt nu aan getrouwde mensen: hoeveel kinders hebt gij al?
D’een zal zeggen: ’t valt te wensen dat ik kinders krijgen zal.
’n and’re wil er niet van weten want dat brengt teveel ambras,
nog een gaat ze uitbesteden dat was bij ons niet gepast.
W’hadden in mijn tijd nen hele hoop met kleintjes,
’t waren er somtijds wel twee of drie dozijntjes,
papa bracht er zelf wel dertig op’t tapijt
ja, dat was ne flinke vent in zijnen tijd,

ja, dat was ne flinke vent in zijnen tijd.

Ziet ne man van vijftig jaren, hij kan bijna niet meer gaan,
vraagt hem om eentje te snaren, naar een jonge meid te gaan,
hij zegt: ik heb grijze haren, ’t leven is voor mij gedaan…
maar bij ons was’t nooit te laat want alle dagen kon ik gaan:
ook al ben ik nu bekans negentig jaren,
‘k zou nog elke dag in ’t bootje willen varen,
voor die kwestie ben ik nog altijd bereid
want ik ben nog ene uit den ouden tijd,

want ik ben nog ene uit den ouden tijd.

Partituur * Lied van den ouden tijd *
      1. instrumentaal

1 reactie

  • Johan schreef:

    Een sterk gelijkend lied staat als nr. 174 in het liederenschrift van Eugène Koopman (1917) onder de titel “In mijnen tijd”. De tekst wijkt wel af maar de inspiratiebron is duidelijk.

    Het zijn al Dames en Mijnheren
    Wat men tegenwoordig ziet
    Al hun geld moet op in kleren
    Maar van eten spreekt men niet
    Als mijnheer en juffrouw promeneren
    Gelijk rijken met fatsoen
    Maar in hun buik hebben ze geen eten
    Beters hebben zij niet vandoen

    Maar in mijnen tijd
    Wier naar geen kleed gekeken
    Men had nog liever zijn buikske vol met eten
    Maar nu is het al behagen en lawijt
    Men had toch liever te fretten
    In mijnen tijd, in mijnen tijd

    Men vond in vroeger tijden
    Geen koppeltje van vijftien jaar
    Als ik uitging om te vrijen
    Met mijn vrouw, geloof me maar
    Zij was er vijftig zoals ik
    En zij was de bloem van ’t stad
    Maar nu blozen z’ al die dikken
    Juist gelijk een gekookte patat.

    Maar in mijnen tijd
    Hun haar lag in geen krinkels
    En was niet opgesmukt
    Men vond geen poeier winkels
    Maar ’t zijn allemaal kokette met lawijt
    Er was heel ander volk in mijnen tijd

    Vraagt nu aan getrouwde wijfkens
    Hoeveel kleintjes hebt ge al
    De ene zegt: ‘k laat het u wensen
    ‘k Geloof dat ‘k er geen krijgen zal
    maar een ander die heeft er eentje
    maar ’t weet gedurig van de gal
    een ander die heeft er ook eentje
    maar ik denk dat ’t sterven zal

    Maar in mijnen tijd
    Vond men hopen met kleinen
    En één, ja twee, zelfs tot drie dozijnen
    En ik voor mijn paart
    Bracht er wel dertig op ’t tapijt
    Maar ‘k was nogal ne kerel in mijnen tijd.

    Bekijk nu maar eens die man van pas dertig jaren
    En hij kan haast niet meer gaan
    En hij wordt ook al grijs van haren
    ’t Leven is bijna gedaan
    vraagt er soms aan hem een meisje
    om eens te vrijen in het fijn
    hij sprak tot haar: liefste sijsje
    dat kan bij mij al niet meer zijn.

    Maar in mijnen tijd
    ‘k Ben achtenzestig jaren
    en ‘k zou nog alle dagen
    in zo’n bootje willen varen
    want van die kwestie ben ik benauwd
    ‘k Kan er tien content stellen
    in dezen tijd, in dezen tijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com