5

uit de roman «Jan De Lichte en zijne Bende» door E. Ternest

Geplaatst door Johan op 29 april 2007 in Citaten |

De meeste drukte heerschte echter naar den kant der kerk toe, waar Janneken de Zanger, de gevierde liedjesdichter van dien tijd, zijne sterk-gekleurde breede schilderij had opengeslagen en uit volle borst het liedje zong «van de laatste moord», terwijl hij tusschen elk couplet de omstandigheden, die deze misdaad vergezelden, uitbazuinde, en met eene lange witte roede op zijne schilderij de afbeelding der bezongen schriktooneelen aantoonde.

 

Zijne vrouw, een lang mager wijf, met een koperkleurig gelaat, eenen dikken snuifneus en eene stem, die dwars door de ooren sneed, zong mede en sloeg gedurig op eene doffe trom, van belletjes voorzien, terwijl Janneken den zang met eene krijschende viool begeleidde. Zij hadden hun lied, met den noodigen uitleg er bij, reeds eenige malen herhaald en na elke herhaling eene menigte afdruksels huns gezangs aan de omstanders verkocht, die zich telkens vernieuwden. Thans bereidden zij zich om nogmaals te herbeginnen. Zij hadden reeds elk eene goede teug gedronken uit een dikke jeneverflesch, die de vrouw daarna met de meeste zorg weer in het koffertje had geborgen, dat voor hen stond, en, benevens eene massa oude en nieuwe liederen en voorwerpen van allen aard, gansch hun reisgepak inhield. En nu speelde Janneken eenige lichte deuntjes op zijne viool, ten einde eene nieuwe volksmenigte den tijd te laten om bij te komen. Toen hij zag, dat hen weer eene dichte schaar nieuwsgierigen omringde, stak hij zijne viool onder den linkerarm, sloeg met zijne roede enkele malen op de opengespannen schilderij, en riep, terwijl hij allerlei bewegingen maakte om zijne woorden kracht bij te zetten:

“Komt bij, liefhebbers van schoone gezangen, komt bij! Janneken de Zanger is weeral gearriveerd en heeft vandage voor ulieden wat nieuws meegebracht : het schoon en vermakelijk liedeken van een schrikkelijke moord, op de wreedste wijze gepleegd, te Vichte, een dorp nabij Kortrijk! Een lied, zoo versch als pompwater, lieve vrienden, gelijk gijlieden zult kunnen komen te besluiten, dewijl de misdaad, die er in beschreven staat, nog maar vijf dagen gepleegd en is. Het is vandage ook de eerste maal, dat ik de eer heb met dit schoon en vermakelijk gezang voor het publiek te verschijnen. Komt bij en luistert, het zijn verschrikkelijke dingen, die gijlieden zult hooren. Let vooral op de woorden, beminde omstanders, want ik heb al mijn talent te deugen gesteld om deze schrikkelijke misdaad naar waarde te bezingen. Ik heb er daarenboven eene gansch nieuwe tot den dag van vandage onbekende zangwijze op toegepast, zeer aangenaam en gemakkelijk om leeren, hetgeen gijlieden zelven zoo aanstonds zult komen te ondervinden!” En na op zijne viool een kort deuntje tot inleiding gespeeld te hebben, dat zijne vrouw met hare trom duchtig begeleidde, begonnen zij:

Komt, vrienden, luistert naar dees lied

Al van een schrikkelijke moord

Die tegen Kortrijk is geschied

Met eene wreedheid ongehoord!

’t Is op een rijke boerenhoeve,

Dat door een bende snoode boeven

De man en vrouw al in den nacht

Zeer wreed van ’t leven zijn gebracht.

 

(uit de roman «Jan De Lichte en zijne Bende» door E. Ternest, gemeentesecretaris te Wetteren)

 

5 Commentaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com