0

Jan de Schuyter in “Over Rolzangers en Rolzangersliederen”

Geplaatst door Johan op 29 april 2005 in Citaten |

“De liederen zijn niet te verwarren met die, voorkomend in verzamelingen van volksliederen door Jan Frans Willems, Prudens Van Duyse en anderen uit oude liederboeken vergaard of door hen uit den volksmond opgeteekend, nadat zij, met vertelsels en spreekwoorden, van geslacht tot geslacht bewaard waren gebleven.

Inderdaad, zulke liederen werden door rijkbegaafde letterkundigen in een bepaalden vorm vastgelegd, nadat zij in stad en dorp geput waren, in kringen die smaak hadden en welstand kenden. De rolzangersliederen daarentegen zijn eerlijk geuite folklore, ontstaan in onze gewesten, in tijden van staatkundige onstandvastigheid. Zij waren het lijfstuk van de min beschaafden uit een verdrukt, en daardoor geestelijk en zedelijk ten achter staande volk.

De rolzanger behoorde tot dat volk, was doordrongen van zijn staatkundige meeningen, die hij lot uiting bracht. Hij daalde niet af tot de menigte, hij bevond er zich volop in, door geboorte, door opvoeding, door zijn werken om den broode. Hij arbeidde met dit volk, nutte zijn voedsel, sliep op zijn zelfden strooizak, en slechts op Zon- en feestdagen groeide hij er tusschen uit, trotsch op zijn ingeboren gaaf, die hij voor eigen baat, en tot vermaak zijner evennaasten, aanwendde.

 

(Jan de Schuyter in “Over Rolzangers en Rolzangersliederen”, Antwerpen, 1944)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com