Introtekstje
introtekst
Het gebruik liederen op losse blaadjes te drukken en te verspreiden, gebruik
dat met stelligheid reeds in de 16e eeuw kon vastgesteld worden, kende vooral in de
achttiende en in de negentiende eeuw zijn glorietijd. Soms werden enkele tientallen liederen
samengebundeld in liederboekjes, doch vooral op losse bladjes kende de liedverspreiding een
ongewonen opgang. Verscheidene drukkers hadden er zich een specialiteit van gemaakt. De meest
bekende zijn voorzeker: de Antwerpsche drukker J. Thys ,,op de Vlasmerkt in de PauwJ' en de
Gentsche drukkersfamilie van Paemel, waarvan een zekere J. woonde in de Violetstraat 3, een
zekere J. C. , in den naem van Maria" en een derde l,. op den Brabanddam en verder te
Sint-Niklaas drukker Buers. Talrijke losse blaadjes van hun persen zijn bewaard gebleven,
dikwijls versierd met interessante houtsneden. Zij zijn een goudmijn voor de folkloristen,
die overigens niet nagelaten hebben ze aan te wenden als studiemateriaal. Over het
straatlied werden reeds meerdere studies gepubliceerd. (...) Daaruit blijkt dat deze
liederen doorgaans gebeurtenissen uit het dagelijksche leven bezingen, zoozeer zelfs dat zij
vroeger, toen het dag- en weekblad nog niet algemeen verspreid waren, om zoo te zeggen de
eenige nieuwstijdingen waren voor onze vereenzaamde plattelandbewoners. Zij handelen over
scheeps- en treinrampen, oorlogsgebeurtenissen en revoluties, stakingen en opstootjes,
diefstallen en moorden, liefdedramas en branden, over de levensevenementen van de leden der
koninklijke families, stroopersdramas en ongevallen.
De zangers leven hartstochtelijk met deze gebeurtenissen mee, griezelen voor
rampspoed en ellende, storten over de slachtoffers tranen met tuiten, eischen een wreede
straf voor de schuldigen, roepen ten hemel om wraak voor onrecht en miskenning en hebben
voor alles en nog wat raad en les en moralisatie gereed. De sensationeele noot dikken zij
aan zonder bezorgdheid voor maat en overdrijving, zij leggen een bizondere voorliefde aan
den dag voor deserteurs en verlaten vrouwen, arme weeskinderen, bastaards en
verschoppelingen, kiezen voor hun helden liefst namen die een beetje vreemd en plechtig
klinken en als ze de maan, het middernachtelijke uur en de stormzee maar eenigszins kunnen
te pas brengen zullen ze dat nooit verwaarloozen. De gevoelige inslag waarborgt het succes,
ook in hun minder aan de realiteit gebonden liederen: balladen en romancen, liefdeliederen
en burlesken over gefopte boeren, oude tantes en onervaren reizigers. (Pol Heyns in "Volksliederen", Antwerpen 1941 |
|
| meer van dat ... |
|
Liedjes over en door vrouwen, verzameld door Coby Schreijer. |